Energie-efficiëntie en CO2-emissie zijn in de glastuinbouw sterk verbeterd, maar het gebruik van duurzame energie blijft nog beperkt. Dat zijn de uitkomsten van de tussenrapportage Energiemonitor Glastuinbouw 2007. De Energiemonitor wordt uitgevoerd door het LEI (onderdeel van Wageningen UR) in opdracht van het Productschap Tuinbouw en het ministerie van LNV.
De glastuinbouw gebruikte in 2006 per eenheid product 60% minder energie dan in 1980. Daarmee zit de sector op koers voor de doelstelling van energie-efficiëntie in 2010, namelijk een reductie van 65%. De met de teelt samenhangende CO2-emissie lag in 2006 24% lager dan in 1990. Het aandeel duurzame energie nam in de periode 2000-2006 toe van 0,1 tot 0,6%.
De voorlopige resultaten voor 2007 wijzen op een gelijkblijvende energie-efficiëntie en CO2-emissie. Vanaf 2006 is de glastuinbouw netto elektriciteitsleverancier; de hoeveelheid elektriciteit die wordt verkocht is groter dan de inkoop, wat vooral samenhangt met de sterke toename van warmtekrachtkoppeling.
Energie-efficiëntie
Het energiegebruik wordt uitgedrukt in primair brandstofverbruik, dat is de totale hoeveelheid fossiele brandstof die nodig is om de verschillende soorten ingezette energie te produceren. De verbetering van de energie-efficiëntie in de periode 2000-2006 komt door vermindering van het primair brandstofverbruik met 21% en een toename van de tuinbouwproductie met 12%, beiden per vierkante meter kas. De productiestijging bedroeg in de jaren 2000-2004 zo’n 3% per jaar. Vanaf 2005 bleef de productie per vierkante meter vrijwel gelijk. Het primaire brandstofverbruik is vooral in 2006 sterk gedaald. Deze daling hangt samen met de sterke toename van de verkoop van elektriciteit en de reductie van het energiegebruik voor de teelt als reactie op de sterk gestegen energieprijzen. Door voorgaande ontwikkelingen is de energie-efficiënte vooral in 2006 met 7 procentpunten sterk verbeterd.
CO2-emissie
Bij de CO2-emissie wordt onderscheid gemaakt tussen de totale emissie en de emissie voor de teelt. Laatstgenoemde is exclusief de emissie die samenhangt met de verkoop van elektriciteit. De CO2-emissie voor de teelt is tussen 2000 en 2006 duidelijk afgenomen. In 2006 bedroeg ze 5,2 Megaton en lag daarmee onder de streefwaarde die de tuinbouw met de overheid is overeengekomen voor de periode 2008-2012, namelijk 6,6 Mton. De CO2-emissie voor de teelt is vooral in 2006 met 0,9 Mton sterk gedaald.
Vergeleken met 1990, het basisjaar voor de Kyoto-doelstellingen, was de emissie voor de teelt in 2006 met 24% verminderd. In dezelfde periode nam de totale CO2-emissie in Nederland met 8% toe.
Warmtekrachtkoppeling
Door warmtekrachtkoppeling wordt er meer bruikbare energie uit fossiele brandstof gehaald dan in een traditionele elektriciteitscentrale. Glastuinbouwbedrijven investeren zelf op grote schaal in wk-installaties (met gasmotoren). Bedrijven gebruiken de met deze wkk-installaties geproduceerde elektriciteit voor een deel zelf en een deel verkopen ze op de elektriciteitsmarkt; de vrijkomende warmte wordt grotendeels benut voor de teelt. De rookgassen uit de wk-installaties dienen vaak als CO2-bemesting voor de gewassen.
Begin 2008 was het elektrisch vermogen van wkk-installaties van de glastuinbouw opgelopen tot 2.200 à 2.300 MW. Dit betekent een toename van zo’n 1.600 MW in 3 jaar tijd. Deze groei leidt tot meer aardgasverbruik door de glastuinbouw, minder inkoop van elektriciteit en meer verkoop ervan. Per saldo levert dit een vermindering op van het primair brandstofverbruik en een verbetering van de energie-efficiëntie. Ook de CO2-emissie voor de teelt gaat door het gebruik van wk-installaties omlaag.
Duurzame energie
Het aandeel duurzame energie is toegenomen van circa 0,1% in 2000 tot circa 0,6% in 2006. Ondanks een verdubbeling van dit aandeel in de laatst twee jaren ligt dit resultaat nog ver af van de doelstelling van 4% in 2010. Het gebruik van duurzame energie in de glastuinbouw betreft biomassa, zonne-energie (gesloten kas met warmtepomp en opslag in aquifiers) en de inkoop van duurzame warmte en van duurzame elektriciteit. De groei van het wkk-vermogen met aardgas als brandstof remt de toename van het aandeel duurzame energie; een kas kan immers maar éénmaal verwarmd worden.
Voorlopige resultaten 2007
Uit de voorlopige resultaten van 2007 blijkt een stabilisatie van de zowel de energie-efficiëntie als van de CO2-emissie; het aandeel duurzame energie neemt toe tot circa 0,8%. De stabilisatie van de energie-efficiënte in 2007 gaat samen met zowel een lichte toename van de fysieke productie als van het primair brandstofverbruik, beiden per vierkante meter. De stabilisatie van de CO2-emissie komt door het weer toegenomen energiegebruik voor de teelt en de verdere toename van de verkoop van elektriciteit. Deze twee lijken elkaar in 2007 te compenseren.
Nota Tussenrapportage Energiemonitor Glastuinbouw 2007
In de tussenrapportage wordt verslag gedaan van de ontwikkelingen van de indicatoren. De analyse van de achtergronden komt aan bod in de Eindrapportage die beschikbaar komt in de tweede helft van 2008.