Vanaf 2015 dreigt 8% van de in Nederland geproduceerde mest niet plaatsbaar te zijn, dat betekent dat deze mest niet (legaal) afgezet kan worden of op andere wijze verwerkt. Er is dan 13 miljoen kilo fosfaat te veel. Op dit moment is er sprake van een wankel evenwicht op de mestmarkt, op een prijsniveau dat door de aanbieders niet structureel is op te brengen. Het mestoverschot zal na 2009 verder oplopen omdat de regelgeving dan aangescherpt wordt. Dit blijkt uit het rapport Mestmarkt 2009-2015, Een verkenning, dat is uitgebracht door het LEI-WUR in opdracht van de Commissie van Deskundigen Meststoffenwet onder begeleiding van de werkgroep Monitoring mestmarkt.
Na 2009 lijkt er in ons land een structureel mestoverschot te ontstaan. De productie van mest blijft gelijk, terwijl de gebruiksnormen verder worden aangescherpt en de mogelijkheden om buiten de Nederlandse landbouw meer mest af te zetten als gering worden gezien . Wanneer van de jaren 2006 tot en met 2015 de niet geplaatste mestproducties worden gecumuleerd is de voorraad niet geplaatste mest in 2015 opgelopen tot 61 miljoen kilogram fosfaat. Dat is 38% van de jaarlijkse fosfaatproductie.
De bandbreedte van de niet-plaatsbare dierlijke mestproductie voor het jaar 2009 is minimaal 0 en maximaal 15 miljoen kilogram fosfaat en in 2015 minimaal 1 en maximaal 24 miljoen kilogram. Het LEI is bij de berekeningen uitgegaan van een mestprijs van 10-15 euro per ton dunne mest, dat is de prijs waarvan verwacht wordt dat hij door de aanbieders structureel is op te brengen (CDM 2006). Stikstof- en fosfaatproductie blijven in de periode 2006 tot 2015 vrijwel gelijk. De plaatsing van dierlijke mest zal naar verwachting in 2009 nog vrijwel gelijk zijn aan die van 2006. De beperkte mogelijkheid voor plaatsing in de Nederlandse landbouw wordt in dat jaar gecompenseerd door de hogere export van onbewerkte mest en de verbranding van droge pluimveemest.
Door het aanscherpen van de regelgeving na 2009 zal de plaatsing van mest in de Nederlandse landbouw verder afnemen. Omdat deze ontwikkeling niet gecompenseerd wordt door een grotere afzet buiten de Nederlandse landbouw, heeft dat tot gevolg dat de hoeveelheid niet-plaatsbare mest stijgt. Kortom, de druk op de mestmarkt is en blijft hoog. Omdat mest van graasdieren veelal op het eigen bedrijf wordt afgezet en er voor pluimveemest oplossingen zijn in de vorm van export en mestverbranding zal vooral de varkenshouderij hier last van ondervinden.
De agrarische sector heeft mogelijkheden om de hoeveelheid niet-plaatsbare fosfaat kleiner te maken. Mogelijkheden hiervoor zijn:veranderingen in het voer, verbetering van de acceptatie van bedrijfsvreemde mest en van de afzet buiten de landbouw daardoor kan de niet te plaatsen mestproductie in 2009, 2012 en 2015 lager worden dan de waarschijnlijke situatie.
Rapport 3.08.04 Mestmarkt 2009-2015, een verkenning