De glastuinbouw gebruikt warmtekrachtkoppeling (wkk) om warmte en elektriciteit op te wekken voor haar energievraag. De benutting van het deel warmte ligt op 96%, zoblijkt uit het onderzoek ‘Energiebenutting Warmtekrachtkoppeling in de Nederlandse Glastuinbouw’ uitgevoerd door het LEI, onderdeel van Wageningen UR, in opdracht van de ministeries van EZ, LNV en VROM.
De Nederlandse glastuinbouw wil de energievraag zo efficiënt en duurzaam mogelijk invullen. Een van de mogelijkheden daarvoor is warmtekrachtkoppeling op de bedrijfslocatie. Van de verschillende opstellingen is wkk in eigen beheer veruit de meest voorkomende variant. Hierbij wordt stroom opgewekt voor eigen gebruik en voor verkoop aan het elektriciteitsnet. De warmte wordt gebruikt voor het realiseren van het gewenste kasklimaat. In veel gevallen worden de rookgassen gereinigd, waarna het rookgas CO2 gebruikt kan worden voor de groei van het gewas.
De techniek van het gecombineerd produceren van elektriciteit en warmte uit aardgas is in de glastuinbouw inmiddels gegroeid naar een totaal elektrisch vermogen van ruim boven de 2.000 MWel. Gezamenlijk is dit gelijk aan het vermogen van circa drie tot vier elektriciteitcentrales in Nederland.
Energiebenutting
De glastuinbouwsector past gemiddeld 96 procent van de warmte uit wkk nuttig toe. Voor subsectoren en gewasgroepen varieert dit van 95 tot 98 procent. Het aandeel niet benutte, maar van oorsprong benutbare warmte bestaat voornamelijk uit laagwaardige warmte. Alle elektriciteit die door warmtekrachtkoppeling wordt geproduceerd, wordt voor eigen installaties gebruikt of verkocht en dus volledig benut. Dit gebeurt in afstemming met de ontwikkelingen op de energiemarkt. Zonder benutting van warmte is structurele inzet van wkk voor de glastuinbouw niet rendabel.
- In het onderzoek is nagegaan wat de factoren zijn die invloed hebben op de energiebenutting. Daarvan zijn de volgende drie het belangrijkst:
-
- De benutting van laagwaardige warmte, omdat deze warmte slechts beperkt kan worden opgeslagen. Sommige bedrijven kunnen laagwaardige warmte niet in elk seizoen volledig benutten.
- Het relatieve vermogen: dit moet in overeenstemming zijn met het bedrijfsoppervlak om de gewenste warmte te realiseren in de geplande draaiuren.
- De productie- en teeltplanning. Deze kan beperkingen geven voor de energiebenutting, bijvoorbeeld door onvolledige bezetting van het teeltoppervlak of behoefte aan belichting bij een beperkte warmtevraag.
Onderlinge relaties tussen de factoren kunnen de energiebenutting verminderen of versterken.
Energiebalans
Op basis van de situatie medio 2006 lag het totale aardgasverbruik van de gezamenlijke wkk’s in de glastuinbouw rond de 1,8 miljard m3 per jaar. Hiermee werd 6,5 miljard kWh elektriciteit en 0,9 miljard aardgasequivalent warmte geproduceerd. Deze balans werd gerealiseerd op circa 40 procent van het areaal glas. In 2007 en 2008 zijn het aantal wkk-installaties en het vermogen sterk toegenomen. De energiestromen van de gezamenlijke wkk’s zijn hierdoor eveneens sterk toegenomen.
Rapport 2008-019 Energiebenutting Warmtekrachtkoppeling in de Nederlandse Glastuinbouw