Europees geld voor ontwikkeling platteland versnipperd ingezet, maar niet weggegooid

  Nieuws
  Agenda
  Nieuwsbrieven
  Persvoorlichting
  Nieuwsarchief
  RSS

9 feb 2009
Onderdeel: LEI

Het eerste plattelandsontwikkelingsprogramma Nederland (POP1) vormde de invulling van de tweede pijler van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid van de EU. Het programma liep van 2000 tot 2006 en heeft tot een forse investering geleid, ook van private partijen.

Een consortium bestaande uit LEI en Alterra en adviesbureau ERAC, heeft het programma -in opdracht van het ministerie van LNV en mede namens de provincies- geëvalueerd en komt tot een licht positief eindoordeel. Het rapport is inmiddels aan de Europese Commissie aangeboden.
POP1 was een ambitieus programma dat zich richtte op het realiseren van verschillende doelstellingen tegelijkertijd: van instandhouding van de landbouwsector tot het verbeteren van de leefbaarheid op het platteland en van natuurontwikkeling tot milieubehoud. Uit de evaluatie rijst een divers beeld op van de prestaties van POP1. Het programma was een succesvol financieringsinstrument voor plattelandsontwikkeling en heeft het tot een aanzienlijke private financiering geleid. Er is binnen POP1 voor ruim 1 miljard aan subsidies verleend door de publieke organisaties, waarvan 435 miljoen euro van de EU afkomstig was. Daarbovenop is door de private sector 366 miljoen euro geïnvesteerd.
Geconcludeerd wordt dat de doelstellingen (op het gebied van duurzame landbouw, natuur en landschap, waterbeheer, diversificatie, recreatie en toerisme en leefbaarheid) in voldoende mate zijn gehaald. Het ontbreken van een duidelijke hoofddoelstelling in combinatie met de keuze voor een groot aantal subsidieregelingen leidde echter tot een gebrek aan focus van het programma en een sterke versnippering van het beschikbare budget over veel maatregelen. Deze keuze was mede ingegeven door de wens oude nationale regelingen onder te brengen in het nieuwe EU kader en dus niet al te veel overhoop te halen. De complexiteit had een negatief effect op de efficiëntie en effectiviteit van meerdere individuele maatregelen en POP1 als geheel. De versnippering zorgde echter ook voor de nodige flexibiliteit bij de uitvoering van het programma. Er kon zo tot op zekere hoogte geschoven worden met middelen. Op maatregelniveau laat de evaluatie een minder positief beeld zien. Tien van de zeventien ingezette maatregelen hebben hun doel in voldoende mate bereikt en bij acht had het ingezette geld meer resultaat op kunnen leveren.

Wisselend beeld
Wat betreft werkgelegenheid buiten de land- en bosbouw is de conclusie dat er lokaal wel een licht positief effect opgetreden kan zijn, maar door substitutie-effecten is dat effect op landelijk niveau goeddeels tenietgedaan. Ook de inkomenseffecten van POP1 waren op macroniveau gering. Slechts voor een kleine groep agrariërs leverde POP1 een beter inkomen op. Voor de overige plattelandbewoners is er niet of nauwelijks een inkomenseffect en waar dit wel optreedt, betreft het vooral de sector toerisme. Op het gebied van landbouw, natuur en milieu leverde POP1 lokaal een positieve bijdrage zowel op bedrijfsniveau als in de openbare ruimte. Er was een grote financiële bijdrage vanuit POP1 in de aankoop van gronden voor realisatie van de Ecologische Hoofdstructuur. Bovendien droeg POP1 op lokaal niveau bij aan behoud en versterking van de leefbaarheid.

Forse investeringen
Bij de opzet van POP1 koos Nederland er vooral voor om het beschikbare Brusselse geld zoveel mogelijk in te zetten voor bestaand plattelandsbeleid. Deze strategie was succesvol: er is uiteindelijk meer Europees geld benut dan aanvankelijk werd verwacht. Daarnaast koos Nederland nadrukkelijk voor brede plattelandsontwikkeling. Naast herstructurering van de agrarische sector beoogde het programma het platteland aantrekkelijker te maken voor de inwoners van stad en land.

Samenwerking verbeterd
In de periode waarin POP1 zich afspeelde, koos de rijksoverheid er voor om centraal te sturen op hoofdlijnen en provinciale en lokale overheden waar mogelijk het beleid te laten uitvoeren. POP1 heeft een duidelijke aanjagende en katalyserende werking gehad op deze ontwikkelingen. De samenwerking tussen Rijk en provincies verliep vooral in de beginperiode moeizaam, evenals de samenwerking met Brussel. Op beide vlakken zijn in de loop van de programmaperiode aanzienlijke verbeteringen gerealiseerd, mede dankzij het Regiebureau POP.

De effectiviteit van een programma als dit, zo concludeert het rapport, is gebaat bij een minder complexe opzet en duidelijke en realistische doelen. Ook wordt aanbevolen om nog meer de meerwaarde te benutten van programmabureaus, gebiedsbureaus, gebiedsmakelaars en maatschappelijke organisaties. Zij kennen het gebied goed en kunnen een programma toegankelijk maken voor potentiële aanvragers.

Rapport 2008-073 Ex post evaluatie van het Plattelandsontwikkelingsprogramma Nederland 2000 - 2006 (POP1)

Managementsamenvatting 08-026 Ex post evaluatie van het Plattelandsontwikkelingsprogramma Nederland 2000-2006 (POP1)

 


Print nieuwsbericht

Contact
Gabe Venema
gabe.venema@wur.nl
070 3358323
 
Helene Stafleu
helene.stafleu@wur.nl
070 3358338
»  meer Contact