Plan voor peilaanpassing doorgerekend
LEI Wageningen UR heeft berekend dat de inrichting van het veenweidegebied rond Zegveld volgens het 4-zwaluwenmodel van de Vereniging Natuurmonumenten tot een toename van de maatschappelijke welvaart zal leiden. De belangrijkste batenposten zijn meer biodiversiteit en positieve klimaateffecten. De gederfde landbouwproductie is de belangrijkste kostenpost.
De Vereniging Natuurmonumenten heeft een denkrichting opgesteld voor het Groene Hart waarbij vier soorten zwaluwen als het ware de inrichting van het gebied bepalen. Dit 4-zwaluwenmodel gaat uit van gerichte zonering van een gebied op basis van een bepaalde peilstrategie. In het model wordt bodemdaling tegengegaan en is er ruimte voor zowel natuur, landbouw als bebouwing.
Voor een maatschappelijke kosten-batenanalyse van dit concept is het toegepast op het veenweidegebied rond Zegveld. Daarbij wordt een slootpeil verondersteld van 30 cm (zomer) en 40 cm (winter) onder de gemiddelde maaiveldhoogte. Bij een dergelijke peilstrategie zou in het gebied meer moerasnatuur ontstaan. Dit moerasareaal vormt dan de ecologische ruggengraat van het gebied, waar een soort als de moeraszwaluw (zwarte stern) zich thuis zal voelen. Deze zone biedt ook mogelijkheden voor extensieve natuur- en waterrecreatie. Het gebied daaromheen wordt gekenmerkt als boerennatuur, waarvoor de boerenzwaluw representatief is. Verbrede landbouw en recreatie (wandelen, fietsen) zijn daar de speerpunten. De volgende ring wordt aangeduid met de huiszwaluw en kenmerkt zich door intensieve melkveehouderij, waarbij een open landschap past. In de buitenste ring is sprake van stadsnatuur met woningbouw en recreatie. Hiervoor staat de gierzwaluw model.
Inrichting van dit deel van het Groene Hart volgens het 4-zwaluwenmodel zou leiden tot een toename van de maatschappelijke welvaart in dit gebied. Weliswaar wordt er in vijftien jaar tijd voor 20 miljoen euro minder geproduceerd in de landbouw, maar daar staan baten tegenover als biodiversiteit (maximaal 22 miljoen euro) en positieve klimaateffecten (maximaal 51 miljoen euro). Het feit dat het saldo van maatschappelijke kosten en baten voor een natuurontwikkelingscenario positief is, is overigens geen vanzelfsprekendheid. LEI Wageningen UR heeft in het verleden ook kosten-batenstudies voor planscenario’s uitgevoerd die een negatieve uitkomst hadden.
Met deze studie is aangetoond dat het 4-zwaluwenmodel serieuze potenties heeft als leidend inrichtingsprincipe voor het gehele Westelijke Veenweidegebied.
rapport Vier zwaluwen maken wel een zomer; Economische analyse van een model voor natuurontwikkeling in het Groene Hart