Terugdringen emissies geeft winst voor milieu én ondernemer (persbericht)

  Nieuws
  Agenda
  Nieuwsbrieven
  Persvoorlichting
  Nieuwsarchief
  RSS

2 sep 2010
Onderdeel: LEI

Door een andere bedrijfsvoering kan de helft van de melkveebedrijven milieuwinst én inkomenswinst boeken. Bij een kwart gaat dit zelfs om een flinke inkomenswinst. Emissies kunnen door een andere bedrijfsvoering teruggedrongen worden, maar op de waterkwaliteit is de invloed niet groot. Dit blijkt uit de vandaag verschenen studie ‘Bedrijfsvoering, economie en milieukwaliteit: hun onderlinge relaties bij melkveebedrijven’.

De studie, verricht binnen het project Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM), brengt de invloed in beeld van mineralenmanagement op de economische resultaten, de bodemoverschotten van stikstof en fosfaat en op de nitraatconcentratie in het bovenste grondwater en het drainwater op melkveebedrijven. Centraal staan daarbij de mogelijkheden die ondernemers zelf via hun gedrag hebben om de waterkwaliteit op de percelen van hun landbouwbedrijven te verbeteren.

Minder kunstmest
Uit het onderzoek blijkt dat bedrijven sterk uiteenlopen voor wat betreft het management en de resultaten, zowel voor de economie als voor het milieu. Dat betekent dat er voor een flink aantal bedrijven nog iets te verbeteren valt. Daarbij valt het meeste effect te verwachten van een lagere bemesting met kunstmest en van een betere afstemming van het gebruik van grasland en voedergewassen op de specifieke situatie van het bedrijf.
Melkveehouders kunnen verschillende strategieën toepassen om tot lagere overschotten te komen zonder verlies van inkomen, of zelfs met inkomenswinst. Niet-kerende grondbewerking bijvoorbeeld of zelfs helemaal niet bewerken levert een besparing op, want ploegen is duurder. En de ondernemer die de dierlijke mest niet in één keer opbrengt maar verdeelt over twee tot drie keer, kan preciezer bemesten.

Onbekend bodemleven
Wel blijkt dat in het traject van stikstof(bodem)overschot naar nitraatconcentratie in het grondwater nog veel onbekend is. Per hectare bevat de bodem enkele honderden kilo’s stikstof in de eerste twintig centimeter van de grond. Daar wordt nog kunstmest en dierlijke mest aan toegevoegd. Hoeveel stikstof de bodem daar aan toevoegt of juist afbreekt, is niet duidelijk. Onderzoek naar wat het bodemleven doet, is dus hard nodig. Daar moet ook uit voortkomen hoe de grondgebruiker het beste met de bodem en het bodemleven kan omgaan in het licht van onder andere de waterkwaliteit.


Print nieuwsbericht