|
17 mei 2011
Onderdeel:
LEI
Ondernemers kunnen meer verantwoordelijkheid krijgen voor fytosanitaire risico’s. De overheid zou wel eerst moeten toetsen of zij invasieve plantenziekten en -plagen willen én kunnen beheersen.
Dat is de belangrijkste uitkomst van Naar Fytopia, het bestuurskundige kader dat het LEI ontwikkelde in opdracht van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie (EL&I). Het LEI beantwoordt de vraag hoe het fytosanitair beleid er idealiter uit zou zien. De onderzoekers gaan daarbij uit van een situatie zonder nationaal of internationaal fytosanitair beleid en de aanname dat andere landen het Nederlandse fytosanitair beleid volgen.
Nederland importeert en exporteert steeds meer plantaardige producten en loopt daardoor een groeiend risico op ziekten en plagen zoals bruinrot in aardappelen of de Oost-Aziatische boktor. De overheid is eindverantwoordelijk voor het beheersen van fytosanitaire risico’s. Bij ideaal fytosanitair beleid krijgen ondernemers meer verantwoordelijkheid voor risico’s op plantenziekten. Of ondernemers plantenziekten en -plagen willen én kunnen beheersen hangt af van drie factoren:
- Zijn de ondernemers op de hoogte van de risico's die gepaard gaan met de handel in plantaardige producten?
- Hebben zij belang bij het verminderen van het risico?
- Zijn zij in staat het risico te verminderen?
Het fytosanitair beleid wordt effectiever wanneer de overheid het principe ‘de vervuiler betaalt’ toepast. Dit vereist omkering van de bewijslast: de ondernemer die verantwoordelijk is voor het risico, moet bewijzen dat hij niet verwijtbaar handelde.
Liberalisering Aanpassing van het Nederlandse fytosanitair beleid kan alleen plaatsvinden in samenhang met aanpassing van internationale regelgeving. Nederland is een belangrijk exporterend land. Veel landen die importeren hebben geen belang bij liberalisering van het fytosanitair beleid.
|