Het akkerbouwcomplex is opgebouwd uit de primaire akkerbouw, de graan- en de aardappelverwerking, de suikerindustrie, de margarine-, zetmeel- en overige voedingsmiddelenindustrie en de hieraan toeleverende bedrijven.
De productiewaarde van het complex nam in 2011 licht af ten opzichte van 2010
. In Nederland waren er in 2011 bijna 12.000 gespecialiseerde akkerbouwbedrijven. Het areaal akkerbouwgewassen bedroeg in 2010 535.000 hectare. De arealen van de belangrijkste gewassen zoals wintertarwe, consumptieaardappelen en suikerbieten zijn te vinden in tabel 4.1.
In 2010 was het inkomen voor de akkerbouwers uitzonderlijk hoog. In 2011 werd dit niveau niet meer bereikt (figuur 4.1). Vooral de lage prijzen voor aardappelen en uien zijn hiervan de oorzaak. Het weer speelde de akkerbouwers in 2011 ook parten zie hiervoor ook het factsheet. Voor de langere termijn zijn de vooruitzichten gunstig. Factoren die hierbij een rol kunnen spelen zijn: beter uitgangsmateriaal door bijvoorbeeld nanotechnologie en genomics, waarde toevoegen door versterken van de biobased economy, stijgende vraag naar plantaardige eitwitbronnen, toenemende behoefte aan alternatieve energiebronnen (zie ook het rapport In perspectief; Over de toekomst van de Nederlandse agrosector).
Voor meer cijfers zie de digitale versie van land- en tuinbouwcijfers en de database van Binternet
.