 |
|
Kansrijke sectoren in Nederland met betrekking tot bio-based economy
|
Reststromen
Reststromen komen in verschillende vormen voor en kennen vele non-food- en foodtoepassingen, bijvoorbeeld in de voedings-, chemische en energie-industrie. Het LEI heeft de afgelopen jaren in opdracht van het bedrijfsleven en de overheid een aantal reststromen in beeld gebracht, die afkomstig zijn van de Nederlandse landbouw- en voedingsbedrijven. We hebben onderzoek gedaan naar de prijsvorming en de markt van deze reststromen.
Milieu
De Sociaal-Economische Raad Noord-Nederland wijst er in 2010 bijvoorbeeld op dat veel reststromen volgens de Wet milieubeheer als afval worden aangemerkt, waardoor vaak langdurige procedures nodig zijn om reststromen als biomassa voor nuttige producten te mogen verwerken. Dit kan voor veel ondernemingen van invloed zijn op voorgenomen bio-based projecten. In veel gevallen zijn bij bio-based projecten met reststromen extra milieumaatregelen nodig die extra kosten met zich meebrengen.
Ons onderzoek
De onderzoeksagenda van het LEI richt zich daarom onder meer op ondersteuning van het bedrijfsleven, overheden en maatschappelijke organisaties bij het ondernemen van bio-based projecten met reststromen. Bijvoorbeeld door onderzoek te doen naar belemmerende wet- en regelgeving, door het ontwikkelen van business modellen gericht op het duurzaam verwaarden van reststromen en door bedrijven te helpen meer rendement uit bio-based initiatieven te halen zonder subsidies.
Recente rapporten reststromen
terug naar boven
Groen Gas
De biogassector is in Nederland relatief klein en verkeert bovendien in zwaar weer. Tegelijkertijd wordt veel geïnvesteerd in de ontwikkeling van nieuwe afzetmarkten ('groen gas'), nieuwe grondstoffen (monovergisting) en de combinatie met mestverwerking. De sector staat voor een consolidatieslag.
Opschalen groengasproductie
Op weg naar de verduurzaming van de Nederlandse energievoorzieningen is groen gas één van de belangrijkste mogelijkheden. Het Platform Nieuw Gas heeft de ambitie om in 2030 20% van het Nederlandse aardgas te hebben vervangen door groen gas. Op dit moment vindt grootschalige vergassing van biomassa in Nederland echter nog nauwelijks plaats. Een grootschaliger groengasproductie in Nederland heeft dus meer stimulering nodig.
Regelgeving
Momenteel is het mogelijk groen gas uit biomassa op te werken tot aardgaskwaliteit via onder andere (co)vergisting van mest, vergisting van reststromen van de productie van voedingsmiddelen en gft-afval, en gas dat geproduceerd wordt door rioolzuiveringsinstallaties, afvalwaterzuiveringsinstallaties en stortplaatsen. Voor al die productieprocessen gelden in Nederland andere regels en daardoor is niet altijd duidelijk wie het bevoegd gezag heeft. Dit verhoogt de onzekerheid en verlaagt de verwachte opbrengsten uit toekomstige groengasprojecten en daarmee de investeringsbereidheid van partijen.
Ons onderzoek
Het LEI wil in genoemde onwikkelingen een sleutelrol spelen. Zo hebben we in de afgelopen jaren diverse studies uitgevoerd, onder andere naar belemmeringen in wet- en regelgeving en vergunningverlening bij de implementatie van duurzame energiesystemen, en naar de alternatieven voor de regulering van co-vergistingsproducten. Daarnaast ontwikkelen we bedrijfseconomische modellen om bedrijven te helpen met minder risico’s en subsidies meer winst uit de biogas- en groengasprojecten te halen.
Recente rapporten groen gas
terug naar boven
Groene Chemie
De chemische industrie wil de komende jaren vergroenen, onder meer door de inzet van biomassa als grondstof in plaats van fossiele olie of aardgas. Deze intentie wordt versterkt door schommelingen in de olieprijs in de afgelopen decennia. Ook de recente politieke spanningen in het Midden-Oosten en de snelle economische groei van een aantal landen, met name Brazilië, India en China, kunnen in de toekomst snel leiden tot sterke prijsfluctuaties op de wereld markt voor fossiele grondstoffen.
Biogrondstoffen tegen wereldmarktprijzen
Ook geeft de Europese chemische sector aan problemen te ondervinden bij het verkrijgen van biogrondstoffen tegen wereldmarktprijzen. Zo werkt het Europese beleid bijvoorbeeld met zijn quota’s en hoge importtarieven remmend voor chemische bedrijven om biogrondstoffen tegen een wereldmarkprijs te krijgen, terwijl fossiele grondstoffen zonder importtarief Europa binnenkomen. Tegelijkertijd moeten deze bedrijven bij verkoop tegen wereldmarktprijzen concurreren. Daardoor krijgen chemische bedrijven qua concurrentiepositie een serieuze achterstand ten opzichte van landen buiten Europa. Dit resulteert er dan ook in dat chemische productiefaciliteiten op dit moment buiten Europa gevestigd worden.
Europese handelsregels
In de afgelopen jaren is steeds duidelijker geworden dat toegang tot biogrondstoffen tegen wereldmarktprijs van cruciaal belang is voor de Europese chemische industrie. De lobby om dit voor elkaar te krijgen is nu meer dan ooit in volle gang. De Nederlandse overheid heeft in juni 2010 een verzoek ingediend bij de Europese Commissie voor een ontheffing van invoerrechten van ethanol voor de chemische industrie. Ook de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie, het Platform Groene Grondstoffen, the European Chemical Industry Council (Cefic) en de Federatie van de Europese bio-ethanolindustrie (E-Pure) pleiten voor meer duidelijk Europese handelsregels.
Ons onderzoek
Het LEI onderzoekt hoe de Nederlandse industrie een betere toegang kan krijgen tot biogrondstoffen, niet alleen als energiebron, maar ook als bio-bouwsteen voor de chemische industrie. Ons onderzoek richt zich in de eerste plaats op de precieze situatie rond de markt van biogrondstoffen, importheffingen op bio-ethanol en andere biogrondstoffen, inzicht in de financiële voor- en nadelen, en de wijze waarop nu in Nederland en in de EU het beleid is vastgelegd.
Recente rapporten groene chemie
terug naar boven