 |
|
Wij leveren:
|
Van idee naar BV
Kloof tussen onderzoek en toepassing
Onderzoek en delen van het onderwijs in Nederland behoren tot de internationale top, maar het toepassen van de opgedane kennis leidt te beperkt tot daadwerkelijke innovatie. De kloof tussen het fundamenteel strategisch onderzoek en het toepassen van de resultaten hiervan wordt de ‘innovatieparadox’ genoemd.
Ons onderzoek
Het onderzoek van het LEI richt zich op het doorbreken van deze innovatieparadox. In de afgelopen jaren zijn er diverse meldingen en klachten van het bedrijfsleven over barrières. Zo levert wet- en regelgeving op sommige fronten een onbedoelde of onnodige belemmering voor innovatie en adoptie door bedrijven.
Wij richten ons voornamelijk op het verminderen van de belemmerende regelgeving en het leggen van een directe verbintenis tussen het kennisaanbod op het gebied van bio-based enerzijds, en de overheid, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties anderzijds.
Kennisbundeling
Juist door kennisbundeling zal het LEI in de komende jaren een sleutelrol spelen bij het oplossen van de innovatieparadox en het sneller brengen van bio-based kennis op de markt. Bijvoorbeeld doordat meer afgestudeerden met deze kennis het bedrijfsleven instromen of zelf nieuwe bedrijven starten. Uiteindelijk zal dit leiden tot een duurzame groei en meer nieuwe banen.
Recente rapporten
terug naar boven
Duurzaam ketenrendement
'Valley of death'
In veel bio-based projecten verloopt de interactie tussen marktontwikkelingen en overheidsbeleid niet altijd evenredig, met als resultaat de zogenaamde ‘valley of death’. De valley of death treedt vaak op als resultaat van onvoldoende (of niet tijdige) overheidsondersteuning in de ontwikkelingsfase van een project. Zo lopen bio-based projecten in de beginfase bijvoorbeeld een hoog risico en zijn er hoge kosten. Om deze valley of death te kunnen overbruggen en rendement te behalen, hebben projecten soms noodzakelijke overheidssubsidies nodig.
Knelpunten subsidieregelingen
Een voorbeeld zo'n overheidssubsidie is de subsidieregeling duurzame energieproductie (SDE+) die de productie van duurzame energie stimuleert, waaronder groen gas. Echter, een veelgehoord knelpunt van deze regeling is dat bij iedere openstelling slechts een beperkt budget beschikbaar is en dat toekenning van de subsidie daardoor onzeker is. Daarbij geldt het principe ‘wie het eerst komt wie het eerst maalt’. Dit verhoogt de onzekerheid en verlaagt de verwachte opbrengsten uit toekomstige projecten en daarmee de investeringsbereidheid van partijen.
Een ander knelpunt is dat een vertraging van subsidietoekenning aanleiding kan zijn tot ingrijpende projectwijzigingen, vanwege het tot stand komen van nieuwe technieken en schommelingen in de prijs en de beschikbaarheid van biomassa.
Ons onderzoek
We helpen bedrijven om deze problemen te overwinnen, waarbij ze met minder risico’s en subsidies meer winst uit de bio-based projecten kunnen halen.
Recente rapporten
terug naar boven
Opschaling van de bio-based economy
De EU richtlijn hernieuwbare energie schrijft voor dat in 2020 10% van de transportbrandstoffen in Europa afkomstig moet zijn van hernieuwbare brandstoffen. Daarbovenop heeft de Nederlandse overheid als doel gesteld dat in 2030 30% van de fossiele grondstoffen moet zijn vervangen door groene grondstoffen. Om deze doelstellingen te kunnen bereiken moet er een grootschaliger bio-based economy komen.
Naast de overheidsstimuleringen wordt de verdere ontwikkeling van een bio-based economy in Nederland beïnvloed door een veelheid aan factoren. Gunstige marktomstandigheden, technologische ontwikkelingen en beschikbaarheid van grondstoffen zijn daarbij van groot belang.
Ons onderzoek
We verrichten onderzoek naar de mogelijke scenario’s en economische gevolgen voor Nederland van grootschalig gebruik van biomassa voor biobrandstoffen, elektriciteit en de chemie. Daarmee ondersteunen we overheden, bedrijfsleven en NGO’s op weg naar opschaling van de agrifood en bio-based economy.
Recente rapporten
terug naar boven