Hoge voedselprijzen

  Onderzoeksvelden
  Thema's A-Z
  Archief
  Projecten
  Expertise
  Samenwerking

FAQ hoge voedselprijzen – januari 2012
21 vragen beantwoord

Wereldmarktprijzen van diverse belangrijke landbouwproducten (tarwe, mais, soja, suiker) zijn sinds de zomer van 2010 gestegen. We gaan in op een aantal meest voor de hand liggende vragen.  

  1. Zijn de voedselprijzen op dit moment hoog?
  2. Waar komt dit door?
  3. Hoe reageert de markt?
  4. Wat is het verschil tussen handel en speculatie?
  5. Komen de hoge prijzen door concurrentie met biobrandstof?
  6. Komen de hoge prijzen door het aantrekken van de wereldeconomie?
  7. Komt het doordat er kleinere voorraden worden aangehouden?
  8. Is er een verband tussen de voedselprijzen en de olieprijs? Die was in 2008 ook zo hoog
  9. Is er een verband met beleid in Europa of elders?
  10. Hebben exportrestricties invloed op de voedselprijzen?
  11. Wat is de rol van inflatie?
  12. Hebben de voedselprijzen een relatie met de Amerikaanse dollar of een andere koers?
  13. Is er nu minder land in gebruik dan vorig jaar?
  14. Verdienen de Nederlandse boeren nu meer?
  15. Betalen consumenten in Nederland nu meer voor hun eten?
  16. In Nederland is de aardappelprijs erg hoog. Hoe komt dat?
  17. Waarom bewegen prijzen van andere gewassen mee met de graanprijs?
  18. Hebben voedselprijzen wereldwijd dezelfde impact?
  19. Blijven de prijzen in de toekomst hoog?
  20. Wordt er te weinig voedsel geproduceerd?
  21. Wat staat een productiviteitsverhoging in de weg?


1. Zijn de voedselprijzen op dit moment hoog?


Ja, de prijzen zijn eind 2011 nog steeds hoog, alhoewel ze weer gedaald zijn sinds de piek van begin 2011. Kijk voor actuele prijzen op de
website van de Food and Agriculture Organization of the United Nations (FAO).


Bron: IMF, 2012

Zie voor meer informatie de FAO (http://bit.ly/gC6TGF).

 

 

terug naar boven


2. Waar komt dit door?


De hoge voedselprijzen zijn hoofdzakelijk het gevolg van tegenvallende oogsten ten gevolge van weersomstandigheden op diverse plekken in de wereld (o.a. misoogsten in Rusland en Oekraïne vanwege droogte in de zomer van 2010, een strenge winter in Europa, droogte in Argentinië en overstromingen in Australië in december en januari). Het zeer droge voorjaar in grote delen van Noord Europa zal leiden tot lagere oogsten en begint nu zijn effect te krijgen op voedselprijzen van 2011. Daarbij komt dat het in de VS en Canada juist te nat is geweest waardoor ook hier de oogsten zullen tegenvallen.

De vraag naar voedsel stijgt gestaag door stijgende wereldbevolking en groeiende welvaart. En als het aanbod dan plotseling daalt, krijg je snel prijsstijgingen.

Totale productie en consumptie van granen



terug naar boven


3. Hoe reageert de markt?


Handelaren anticiperen op de hoge prijzen. Wanneer een boer of handelaar een contract afsluit voor de verkoop van bijvoorbeeld graan, dat over een aantal maanden geleverd moet worden, is de verwachting ten aanzien van de omvang van de oogst heel belangrijk. En de verwachting is momenteel dat de prijzen nog wel enige maanden hoog blijven (zie vraag 2).

terug naar boven


4. Wat is het verschil tussen handel en speculatie?


Dat onderscheid is lastig te maken. Speculatie wordt vaak gezien als handeldrijven vanuit de motivatie om de prijs te beïnvloeden, terwijl ‘reguliere’ handel gebruik maakt van het feit dat er prijsverschillen zijn (in tijd en ruimte gezien). De sterke toename van beleggingen van institutionele beleggers op de termijnmarkten van agrarische grondstoffen zou de hoogte van en schommelingen in landbouwprijzen kunnen beïnvloeden. Echter, daar is op dit moment (nog) weinig bewijs voor.

Voor meer informatie http://bit.ly/cyZ8FK


terug naar boven


5. Komen de hoge prijzen door concurrentie met biobrandstof?


Nee, niet in de eerste plaats, maar het biobrandstoffenbeleid van de EU, de VS, Brazilië en nog een aantal landen speelt wel degelijk een rol. De beleidsdoelstellingen van enkele van deze landen zijn nog niet gehaald, waardoor het beleid zorgt voor extra vraag. In de gespannen markt, waar nu sprake van is, leidt een kleine vraagtoename al snel tot een aanzienlijke prijsstijging. 30% van de Amerikaans maisproductie wordt verwerkt tot bio-ethanol. 55% van het suikerriet in Brazilië wordt gebruikt voor biobrandstoffen (Bron http://bit.ly/dQaFWP). De import en export van mais door de VS is echter vrijwel constant gebleven, zodat er (nog) geen grote effecten op de wereldmarkt zijn. De oorzaak van de prijsstijging ligt primair bij het verminderde aanbod van granen in de wereld.


terug naar boven


6. Komen de hoge prijzen door het aantrekken van de wereldeconomie?


Nee. Het aantrekken van de economie kan de prijsstijgingen niet verklaren. De prijzen vertonen namelijk een forse stijging, terwijl het aantrekken van de wereldeconomie een geleidelijk proces is.

terug naar boven


7. Komt het doordat er kleinere voorraden worden aangehouden?


In de afgelopen 10 jaar zijn voorraden die door landen worden aangehouden verminderd omdat voorraden aanhouden erg duur is. Kleinere voorraden betekent dat er minder buffers zijn om tekorten in aanbod op de wereldmarkt snel aan te vullen.
De graanvoorraden waren in 2010 hoger dan aan het begin van de vorige voedselcrisis in 2007/2008. Bij deze voorraden zouden de prijzen eigenlijk niet zo hoog hoeven zijn. Probleem is waarschijnlijk dat de voorraden niet in handen zijn van landen die doorgaans veel granen importeren.

 
Totale voorraad (in miljoen ton) van granen



terug naar boven


8. Is er een verband tussen de voedselprijzen en de olieprijs? Die was in 2008 ook zo hoog.


Ja, die is er. Als de olieprijs stijgt, stijgt ook de prijs van kunstmest, waardoor de productiekosten van de boer hoger worden. Dit zal een langere termijn effect hebben. Een hogere olieprijs maakt ook dat de transport duurder wordt, wat een direct effect heeft op prijzen. Tenslotte, een hoge olieprijs maakt het ook aantrekkelijker om mais of suiker voor de brandstof bio-ethanol te gebruiken. Sinds de terugval in 2008 (economische crisis) neemt de olieprijs weer toe (zie figuur).

Prijsindex voor voedsel en energie



terug naar boven


9. Is er een verband met beleid in Europa of elders?


Nee, er zijn geen recente belangrijke veranderingen in het landbouwbeleid van de grote agrarische producenten die deze sterke prijsstijging kunnen helpen verklaren. Er zijn op dit moment ook nog geen noemenswaardige interventies bekend die als reactie op de recente prijsstijgingen zijn doorgevoerd. Wel hebben diverse landen hun export beperkt door belastingen op export te heffen of exportbans af te kondigen  (zie punt 10).

terug naar boven


10. Hebben exportrestricties invloed op de voedselprijzen?


Ja. Landen die prijzen zien stijgen, passen vaak exportrestricties toe om te voorkomen dat gewassen die ze zelf verbouwen voor meer geld worden verkocht op de wereldmarkt. Door de grenzen te sluiten, kunnen ze de binnenlandse prijs laag houden. Rusland en de Oekraïne hebben allebei in de nazomer van 2010 exportrestricties ingevoerd voor tarwe. Omdat hierdoor minder tarwe beschikbaar was op de wereldmarkt, schoot de tarweprijs nog meer omhoog. Veel landen zijn gevolgd met soortgelijke maatregelen en op diverse markten.  

terug naar boven


11. Wat is de rol van inflatie?


Stijgende voedselprijzen doen de inflatie toenemen. In Nederland speelt inflatie maar een beperkte rol. Maar in landen waar voedseluitgaven een groot deel van het inkomen uitmaken, dragen oplopende voedselprijzen sterk bij aan de geldontwaarding. Hierdoor worden andere goederen ook duurder. Overheden in ontwikkelingslanden proberen daarom vaak de voedselprijzen stabiel te houden, onder meer door consumentensubsidies te verlenen.



terug naar boven


12. Hebben de voedselprijzen een relatie met de Amerikaanse dollar of een andere koers?


Een zwakke dollar zal leiden tot hogere voedselprijzen. Internationaal verhandelde goederen zoals graan worden meestal in dollars uitgedrukt. Om de waardevermindering van de lage dollar te compenseren, stijgt de prijs van deze goederen. Er is dus een tegengestelde beweging te zien tussen de waarde van de dollar en voedselprijzen.

Prijsindex voor de dollar (tegen de euro) en voedsel
 
Bron: OANDA, 2011 en IMF, 2011


terug naar boven


13. Is er nu minder land in gebruik dan vorig jaar?


Het wereldwijde grondgebruik voor granen is licht gedaald ten opzichte van 2009. Over de afgelopen tien jaar steeg het grondgebruik steeds om aan de groeiende vraag te voldoen.

Totaal wereldwijd areaal van granen

 


terug naar boven



14. Verdienen de Nederlandse boeren nu meer?


Voor de akkerbouw zijn de hoge prijzen mooi, maar NL is importeur van granen en heeft er dus niet zo veel baat bij. Nederland is een zuivel- en tuinbouwland. In de veehouderij legt de stijging van de prijzen van veevoer druk op het inkomen van alle veehouderijbedrijven. Varkensbrok bijvoorbeeld bestaat voor ten minste 70 procent uit graan. Maar er zit vaak veel tijd tussen een hoge veevoerprijs en een hoge vleesprijs. In de melkveehouderij vallen de kosten mee want daar hoeft niet zo veel voer aangekocht te worden. In de glastuinbouw is er geen invloed van de hoge graanprijzen, maar in de opengrondstuinbouw wel. 


terug naar boven



15. Betalen consumenten in Nederland nu meer voor hun eten?


Dat ligt eraan. We moeten voor voedingsmiddelen sinds 2007 meer betalen, maar niet veel meer dan voor andere zaken (de totale bestedingen). Voor melk moeten we wel flink meer betalen, terwijl we voor suiker een stuk minder betalen. De prijzen van aardappelen en verse groenten (niet in onderstaande figuur) schommelen sterk omdat ze seizoensgebonden zijn, en veel meer afhankelijk van het weer.
2005 = 100
Bron: CBS, bewerkt door LEI


terug naar boven



16. In Nederland is de aardappelprijs erg hoog. Hoe komt dat?


Consumptieaardappelen uit Nederland zijn zeer in trek in het buitenland, met name buiten de EU. Ook de (friet)industrie koopt aardappelen in. Daardoor stegen prijzen in Nederland in november en december 2010 al tot bijna twee keer zo hoog dan in de periode november 2009 tot juni 2010.Tegelijkertijd was het aanbod van aardappelen in Europa in het najaar van 2010 al lager in verband met een kleiner areaal, droogte in de eerste helft van zomer 2010, natheid en oogstproblemen daarna. Ook in de afgelopen maanden heeft de oogst te kampen met (te) droog weer waardoor de oogst lager uit zal vallen dan eerder verwacht.
In 2011 is de aardappelprijs weer gedaald.   


2005 = 100
Bron: CBS, bewerkt door LEI



terug naar boven



17. Waarom bewegen prijzen van andere gewassen mee met de graanprijs?


De graanprijs heeft een spilfunctie, met name de tarweprijs. Als die hoog is, zullen de prijzen van andere gewassen zoals doperwten mee omhoog moeten, anders kiezen de telers voor tarwe en dan hebben de leveranciers van doperwten te weinig aanbod aan hun contractpartners. In België boden de conservenfabrieken al 15 procent meer voor teeltcontracten. Hak verwacht dat de prijzen dit jaar 10 tot 20 procent zullen stijgen.
Dit systeem roept zijn eigen schaarste op. We zagen dat bijvoorbeeld bij brouwersgerst. De prijs was in 2009 zo laag, dat er vorig jaar veel minder is ingezaaid. De oogst daalde van 62 miljoen ton naar 52 miljoen ton en de prijs is nu zo hoog dat de prijs van bier ook is gestegen. Nu al is op percelen waar eerst snijmais stond, graan ingezaaid.


terug naar boven



18. Hebben voedselprijzen wereldwijd dezelfde impact?


Nee. Wij besteden ongeveer tien procent van ons inkomen aan voedsel, arme huishoudens in in Afrika besteden wel zestig tot zeventig procent. Als de voedselprijzen stijgen, brengt dat de mensen direct in problemen. Ook eten wij meer verwerkt voedsel, waarvan de waarde slechts een klein deel (zo’n 20%) uit grondstoffen bestaat. De overige toegevoegde waarde bestaat uit de verwerkingskosten, die niet gestegen zijn. Arme mensen eten meestal onverwerkte produkten, en die betalen dus meteen meer als grondstoffen stijgen.

Een fotoserie gepubliceerd in het boek “what the world eats” van  Peter Menzel en Faith D'Aluisio laat zien wat gemiddelde families over de hele wereld in één week eten. Zie hier  en hier  voor foto’s.


Bron: USDA, 2011

Reële prijzen zijn gecorrigeerd voor inflatie. Er wordt gezegd dat reële prijzen historisch gezien niet hoog zijn. Dat ligt eraan welk inflatiecijfer wordt gebruikt. De meest gangbare is de CPI (consumenten prijs index) van de VS. Als die wordt gebruikt, zijn reële prijzen in historische perspectief nog steeds niet erg hoog. “Graan is nog altijd goedkoper dan midden jaren tachtig. Toen kregen we omgerekend 25 cent voor een kilo tarwe. Daarna hebben we vooral prijsdalingen gehad en nu ligt de prijs op 20 cent per kilo en lijkt dat hoog”. (bron: de Volkskrant- 14 januari 2011: Duur voedsel kent ook winnaars)

 

Huishoudens in arme landen spenderen relatief meer aan voedsel. Als daarvoor wordt gecorrigeerd en een CPI voor lage inkomens wordt gemaakt, blijkt dat ook reële prijzen toch weer hoog zijn.



 Bron: Dorward, 2011 
 
Bron: Dorward, 2011
Zie ook http://bit.ly/hOuXr2


terug naar boven



19. Blijven de prijzen in de toekomst hoog?


Ja, voor de midden-lange termijn (de komende tien jaar) wordt verwacht dat prijzen voor de belangrijkste landbouwproducten in de wereld gemiddeld op een hoger niveau zullen liggen dan de afgelopen tien jaar het geval is geweest. Naast een toename van de wereldbevolking zal ook door welvaartsstijging de vraag voedsel toenemen, vooral naar dierlijke eiwitten. Voor vee moet veevoer worden verbouwd zodat de vraag naar grondstoffen verder stijgt.

 

Op de korte termijn blijven de internationale landbouwmarkten krap. De FAO verwacht voor 2011 dat de wereldproductie van graan weliswaar met 3,5% zal toenemen, maar dat dat veel te weinig is om de graanvoorraden substantieel te laten groeien. De voorraden blijven daarmee historisch gezien voorlopig laag.  (bron: FAO, 2011).


terug naar boven



20. Wordt er te weinig voedsel geproduceerd?


Ja. De productiviteit is op dit moment te laag om de groei van de wereldbevolking en de vraag van de groeiende middenklasse in China en India bij te benen.


terug naar boven



21. Wat staat een productiviteitsverhoging in de weg?


Gebrek aan water en aan meststoffen als fosfaat; dure energie; het achterblijven van investeringen in technologische innovatie, klimaatverandering, schaarste aan vruchtbare landbouwgrond. 

terug naar boven


  
Print deze pagina