Toelichting

  Barometer
  Binternet
  Land- en tuinbouw
  Visserij
  Bosbouw
  Toelichting
  Veelgestelde vragen
  Land- en tuinbouwcijfers
  Agrarische prijzen
  Bedrijfsomvang en -type
  Sectoren A-Z

Informatienet voor de bosbouw
Het Informatienet is een onderdeel van de WOT-unit Centrum voor Economische Informatievoorziening (CEI). De activiteiten van het CEI worden gefinancierd door het Ministerie van EL&I (voorheen LNV).
Op deze pagina vindt u onder de volgende kopjes uitleg over de achtergronden van de gegevensverzameling ten behoeve van het Informatienet:

Waarnemingsveld en steekproef

Het Bosschap registreert alle eigenaren van minimaal 5 hectare bos. Daarbij onderscheidt men enerzijds het publiekrechtelijke bosbezit, zoals de boseigendommen van het Rijk (bijvoorbeeld Staatsbosbeheer en Domeinen), de provincies, waterschappen, gemeenten, enzovoort. Anderzijds onderscheidt men privaatrechtelijk bosbezit. Deze privaatrechtelijke boseigenaren, waaronder persoonlijke rechtspersonen en instellingen (maar met uitzondering van privaatrechtelijke organisaties van natuurbehoud) vormen de doelpopulatie van het Bedrijven-Informatienet voor particuliere bosbouwbedrijven. In 1975 bezaten de ruim 2.000 'particulieren' ongeveer 82.000 ha bos, ofwel 38% van het gehele Nederlandse bos. In 2008 was het aantal particuliere bosbedrijven afgenomen tot 1.360, met een bijbehorende oppervlakte van 59.000 ha.
Voor het trekken van de steekproef is de populatie particuliere boseigenaren ingedeeld naar de omvang van het bosareaal en de regio. Er worden vijf oppervlakteklassen (5-25 ha, 25-50 ha, 50-100 ha, 100-250 ha en meer dan 250 ha), en vier regio’s (Noordoost, Centrum, Zuid en overig Nederland) onderscheiden. De regio overig Nederland valt buiten de steekproef, en tot 1989 vielen ook eigenaren met een areaal van minder dan 50 ha buiten de steekproef. Vanaf 1989 is het steekproefkader (de populatie waaruit de steekproef wordt getrokken) ingedeeld in vijftien groepen (vijf oppervlakteklassen maal drie regio’s). Deze vijftien groepen vormen de zogenaamde 'strata'. Per stratum is op aselecte wijze een aantal steekproefbedrijven getrokken
. De oorspronkelijke groep steekproefbedrijven is in 1975 samenge
steld en wordt sindsdien zoveel mogelijk in stand gehouden. Ook de bedrijven in de klassen 5-50 ha, die sinds 1989 deel uitmaken van de steekproef, worden zo weinig mogelijk tussentijds vervangen. Dit vanwege het lange productieproces in de bosbouw en het beperkt aantal bedrijven in de grote oppervlakteklassen. Bij bedrijfsbeëindiging (zoals verkoop van het bosbezit aan een niet tot de populatie behorende eigendomscategorie) wordt dit bedrijf vervangen door een ander particulier bosbedrijf met een vergelijkbare bosoppervlakte in dezelfde regio. Hierdoor blijven de bedrijven in het Informatienet een getrouwe afspiegeling van en representatief voor de werkelijke populatie. De steekproef is in 1993 opnieuw vergroot. De betrouwbaarheidsintervallen bleken met name bij de kleinere bedrijven nog aan de ruime kant, zodat uit deze groep extra steekproefbedrijven zijn getrokken. In totaal bedraagt het aantal steekproefbedrijven nu ongeveer 150. Deze steekproefbedrijven bezaten in 2008 in totaal 25.000 ha bos.

Gegevensverzameling
Voor veel boseigenaren ontbreekt een belangrijke reden om een boekhouding van het bosbedrijf bij te houden, omdat de opbrengsten en kosten die een gevolg zijn van de exploitatie van een bosbedrijf niet onder de inkomstenbelasting vallen. Desondanks is een zeer hoog percentage van de daartoe aangezochte eigenaren bereid mee te werken aan het Informatienet. Het feit echter dat men om fiscale redenen geen boekhouding behoeft te voeren en men veelal ook niet gewend is dit te doen, legt beperkingen op aan de hoeveelheid gegevens, de mate van gedetailleerdheid ervan en de vorm waarin ze beschikbaar zijn. Mede hierdoor is de bedrijfseconomische verslaglegging van bosbedrijven veel minder uitvoerig dan die van land- en tuinbouwbedrijven.
Van een deel van de bosbouwbedrijven bevindt zich de administratie bij een beperkt aantal grote rentmeesterkantoren. Bijna alle bosbedrijven worden echter ook elk jaar bezocht, in sommige gevallen voor alle informatie en in andere gevallen voor aanvullende informatie. Bij een dergelijk bezoek wordt een vrij gedetailleerd kosten- en opbrengstenformulier ingevuld. Die formulieren vormen de basis voor de exploitatierekening van het bedrijf.
De deelnemers ontvangen een overzicht van hun exploitatierekening: het zogenaamde deelnemersverslag. Bovendien ontvangen zij ook de rapportage Bedrijfsuitkomsten in de Nederlandse particuliere bosbouw, waarin de gemiddelde resultaten per hectare bos over alle bedrijven zijn opgenomen. Hiermee kan elke deelnemer het eigen exploitatieoverzicht vergelijken met het gemiddelde bedrijf in dezelfde oppervlakteklasse of regio.  

Uitgangspunten en begrippen
Het LEI houdt van particuliere boseigenaren zogenaamde deeladministraties bij. Dat wil zeggen dat alleen kosten en opbrengsten voor zover die te maken hebben met het bosbedrijf worden geregistreerd. Daarover eventueel verschuldigde inkomsten- of vennootschapsbelasting maakt er geen deel van uit. De exploitatierekening van het particuliere bosbedrijf is samengesteld uit een groot aantal kosten- en opbrengstensoorten, met als resultante het bedrijfsresultaat. Ook is op basis van aanvullende technische gegevens een exploitatierekening naar zogenaamde 'kostenplaatsen' gemaakt. Het gaat hierbij om een verbijzondering van kosten en opbrengsten naar de afzonderlijke activiteiten (kostenplaatsen), zoals bosverjonging, bosonderhoud, houtoogst enzovoort. Kosten die hierbij niet direct aan een activiteit kunnen worden toegerekend zijn bijeengebracht onder 'Algemene kosten'. Sommige 'niet-betaalde' prestaties worden ter wille van een beter vergelijk van de resultaten normatief berekend. Het gaat met name om niet-betaalde beheers- en arbeidskosten van de eigenaar, om niet-betaalde rente en afschrijvingskosten van werktuigen en gebouwen en 'om niet' ontvangen jachtopbrengsten (in geval de eigenaar de jacht niet heeft verhuurd, maar zelf jaagt). De betaalde of berekende rente over het in grond en houtopstanden geïnvesteerde
vermogen wordt niet in rekening gebracht.

Resultaten: tabellen en kengetallen
Vanuit het Informatienet kan een breed scala aan kengetallen worden gepresenteerd. Via BINternet worden alle onderscheiden groepen, de totalen, de grootteklassen en de regio’s gerapporteerd. De tabellen en kengetallen bevatten informatie over bedrijfsopzet, opbrengsten, kosten en bedrijfsresultaat, veelal uitgedrukt per ha bos. Publicatie en analyse van de resultaten vindt onder andere ook plaats in de rapportage Bedrijfsuitkomsten in de Nederlandse particuliere bosbouw
.


  
Print deze pagina